Rechter verwerpt besparingsbijdrage en inkomensgrens in Wmo
De Centrale Raad van Beroep heeft uitgesproken dat een gemeente naast de wettelijke eigen bijdrage regeling geen andere financiële voorwaarden mag opnemen in de eigen Wmo-verordening. De Raad deed deze uitspraak in een zaak over de besparingsbijdrage.
Op 19 december jl. heeft de Raad naar aanleiding van het hoger beroep van een gemeente duidelijk uitgesproken dat de besparingsbijdrage onder de Wmo niet is toegestaan (LJ nr BU7263). Een besparingsbijdrage is een vast bedrag dat een gemeente eenmalig aan een Wmo-gebruiker vraagt omdat de Wmo-gebruiker aanschafkosten voor een gebruikelijke voorziening (bijvoorbeeld een fiets) bespaart.
In deze zaak ging het om een in bruikleen verstrekte scootmobiel. De gemeente vroeg de gebruiker hiervoor een besparingsbijdrage van 345 euro omdat de voorziening (deels) algemeen gebruikelijk zou zijn en daarom volgens de gemeente (deels) zelf moet worden betaald. De lagere rechter had hier al een stokje voor gestoken omdat de Wmo deze constructie niet kent. De CRvB heeft dit nu bevestigd: net als bij de Wvg is de besparingsbijdrage bij de Wmo wettelijk niet toegestaan.
Belangrijk signaal
De uitspraak is niet heel verrassend, maar geeft wel een belangrijk signaal af. Steeds meer gemeenten nemen in hun Wmo-verordening naast de wettelijke eigen bijdrage ook andere financiële voorwaarden op. Zo heeft de gemeente Maastricht in haar verordening een expliciete inkomenstoets vooraf opgenomen, ook voor individuele voorzieningen. Ook andere gemeenten willen inkomensgrenzen hanteren, of doen dit al, soms minder algemeen omschreven.
De wettelijke basis hiervoor zou volgens de gemeenten gevonden kunnen worden in artikel 4 lid 2 van de Wmo. Dat artikel bepaalt dat rekening wordt gehouden met de financiële capaciteit van de aanvrager.
Alleen eigen bijdrage
De CRvB geeft nu aan dat art 4 lid 2 Wmo is beperkt tot de eigen bijdrage regeling, zoals deze op grond van artikel 15 en 19 Wmo dwingend is uitgewerkt in het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo; een Amvb). Andere financiële voorwaarden, waaronder de besparingsbijdrage in dit geval, maar ook het vooraf stellen van een inkomensgrens, zouden niet zijn toegestaan.
Voor deze interpretatie verwijst de Raad naar de wetsgeschiedenis. In de artikelsgewijze toelichting geeft de regering onder meer aan: “(..) De gemeente dient voldoende vrijheid te krijgen om een eigen bijdrage vast te stellen. Het is echter onwenselijk dat gemeenten een inkomensbeleid gaan voeren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zullen nadere regels worden gesteld. De regering wil daarin kiezen voor een tussenweg: een begrensde gemeentelijke vrijheid” (Kamerstukken II, 30 131, nr 3, p. 35 en 36).
Maatregelen
De gemeente Maastricht heeft naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB aangekondigd haar verordening opnieuw tegen het licht te houden. In een brief aan de Wmo cliënten die vanwege de inkomensgrens niet of niet meer in aanmerking kwamen voor een Wmo-voorziening, schrijft de gemeente letterlijk: “.. De uitspraak van de rechter betekent dat de gemeente op basis van huidige wet- en regelgeving en jurisprudentie deze inkomensgrenzen niet meer mag toepassen en dat de gemeente haar regels moet gaan aanpassen. (…) Omdat de gemeente geen inkomensgrenzen meer mag gebruiken gaan we uw situatie in de loop van 2012 opnieuw beoordelen.”
Lees hier de hele uitspraak LJN BU7263
Ander nieuws in berichtenoverzicht Actueel
